Een blik uit India op de Drakentuin

Ze kwam al drie keer langs. Deepali, een jonge vrouw uit India die een jaaropleiding rond ecologisch bouwen volgt in Diepenbeek. Ze heeft daar een permacultuurcursus gevolgd, en wilde graag eens zien hoe dat er hier in België uitziet. Later wil ze in India een stuk land omvormen naar een permacultuurproject. In ruil voor uitleg en eten, helpt ze mee in onze voedselbostuin.

De eerste keer hielp ze mee kiwibessen plukken. Hoewel ze gewoon was om veel tropisch fruit te eten, was ze onder de indruk van de smaak van de kiwibessen. Ongelooflijk lekker. Ze vroeg zich af of ze geen zaad van kiwibes kon meenemen en dat bij haar thuis ook kweken. Eerlijk, ik heb geen flauw idee of er kiwibessen zijn die groeien bij meer dan 40 °C. In elk geval ligt India wel dichter bij China, waar; voor zover ik weet, de oorsprong van de kiwi’s en kiwibessen te vinden is. Misschien vindt ze wel een variëteit die beter geschikt is voor een warm klimaat. Kiwibessen zullen daar in elk geval geen last hebben van late voorjaarsvorst zoals onze planten hier.

De tweede keer hielp ze met noten rapen, maar ze bleef opvallend weg uit de struiken. Even later werd me duidelijk waarom.
“Zijn hier slangen?” , vroeg ze.
“Nee,” zei ik,”10 km verder leeft wel een populatie ringslangen, maar die zijn helemaal ongevaarlijk.”
“Oh,” zei ze, “Op mijn stuk grond leven de 5 gevaarlijkste slangensoorten van India, je moet echt opletten.”
En ik besefte plots hoe veilig de Drakentuin is. Geen slangen, zelfs niet om de populatie kikkers een beetje in toom te houden, daar hebben we hier reigers voor.

De volgende keer dat ze langs kwam, waren de bladeren gevallen. Alle bomen waren kaal. Daar was ze verrast over. Ze ging ervan uit dat zeker de walnoten hun bladeren zouden houden in de winter. In India zijn de meeste bomen bladhoudend. Deze keer moesten we nog de mispels oogsten. Mispels, dat kende ze niet. Maar toen ze het woord vertaalde naar het Engels, reageerde ze verrukt. Medlars! Dat kende ze uit de teksten van Shakespeare die ze in het middelbaar had moeten lezen. Ze had toen opgezocht hoe de vrucht er uitzag maar had ze nog nooit in het echt gezien, laat staan geproefd. Aarzelend pakte ze een vrucht van de boom, duwde die open tussen haar 2 duimen en wijsvingers zoals ik voordeed en proefde. Ze vond het best lekker.

Tijdens het plukken kwam ze nog eens langs met “iets” op een mispel.
“Is dit nu een bloedzuiger of een slakje? “ , vroeg ze.
“Een slakje”, zei ik, “we hebben alleen een paar onschuldige bloedzuigers in de vijver”.
Dat was bij haar in India wel anders, bloedzuigers konden daar gewoon in je laarzen kruipen. Het gevaarlijkste dat je hier in de Drakentuin kan tegenkomen zijn teken, die de ziekte van Lyme kunnen overbrengen, vertelde ik haar. ’s Avonds nam ze graag nog wat mispels mee voor haar huisgenoten in Diepenbeek. Geen idee of die gaan weten wat dat is.

Na het avondeten hadden we een gesprek over Braiding Sweetgrass, een boek van Robin Wall Kimmerer. Het boek combineert recente wetenschappelijke inzichten over bomen, natuur en milieu met de wijsheid van de oorspronkelijke bevolking van de Verenigde Staten, jawel, wij noemen die “Indianen”. We hadden het boek allebei gelezen en waren er beiden enthousiast over. Tijdens dit bijzondere gesprek waren er drie werelddelen vertegenwoordigd rond het concept van verbondenheid met de natuur. Soms komt de wereld onverwacht je tuin binnengewandeld.

Aanbevolen artikelen